jouw wetenschapsgids in de hoofdstad

jouw wetenschapsgids in de hoofdstad

Bijzondere bijwerkingen: wat er in gaat, moet er terug uitkomen

Het is al lang geen nieuws meer: bijen hebben het niet gemakkelijk. De toepassing van pesticiden – vooral de zogenaamde neonicotinoïden – is een doorn in het oog van de imkerij. Daarnaast hebben honingbij kolonies sinds de jaren ’80 te lijden onder de Varroa-mijt, een parasitaire mijt die zich voedt met het bloed van bijenlarven en zo een bijenvolk langzaam kan verzwakken; werksters zijn kleiner, vatbaarder voor ziektes en leven minder lang. Bovendien verspreiden deze mijten potentieel dodelijke virussen in bijenkolonies.
Naast insecticiden en parasitaire mijten is er een veel groter, structureel probleem dat de bijenpopulatie bedreigt: het verlies aan biodiversiteit. De aanleg van grote monoculturen, de uitbreiding van steden en het verdwijnen van schrale graslanden zorgt ervoor dat de diversiteit van bloeiende planten met rasse schreden achteruit gaat en daar zijn bijen de dupe van. Een normale bijenkolonie zou per jaar ongeveer 30 tot 40 kilogram stuifmeel moeten verzamelen. Tegenwoordig halen ze soms maar de helft daarvan bij elkaar.
Verder is er een probleem in de samenstelling van het verzamelde voedsel. Bijen hebben, net als wij, nood aan een gevarieerde voeding. Ze eten weliswaar enkel stuifmeel en nectar maar moeten ook daar in afwisselen. Als een bijenvolk bijvoorbeeld enkel toegang zou hebben tot paardenbloemenstuifmeel, zouden ze geen wasraten kunnen bouwen omdat paardenbloemstuifmeel essentiële aminozuren ontbreekt die nodig zijn voor het doen werken van de wasklieren. Die wasklieren bevinden zich onderaan het achterlijf van de werkster en produceren de was waarmee de raten worden gebouwd.

_________________________________

” Naast insecticiden en parasieten is het verlies aan biodiversiteit een groot probleem voor bijen” 

________________________________

Het is dus nutting om het foerageergedrag van honingbijen in kaart te brengen en er is al uitgebreid onderzoek verricht. Een eerste vereiste daarvoor is een zo accuraat mogelijk beeld van het aantal ‘haalbijen’ die nectar en stuifmeel verzamelen. Tot nu toe worden daar twee methoden voor gebruikt: op verschillende tijdstippen, gedurende een korte periode alle bijen die uitvliegen en toekomen tellen. Het nadeel hiervan is dat een schatting voor een hele dag een grote foutenmarge geeft. Bovendien zou je dit bijna elke dag moeten doen om een idee te krijgen van de activiteit over een heel jaar. Een andere mogelijkheid is bijen ‘chippen’ met radiofrequentie identificatiechips, de zogenaamde RFID’s; hetzelfde principe om bijvoorbeeld kleding te beveiligen tegen diefstal. De beperking hier is dat je niet alle haalbijen kan chippen. Bovendien leeft een haalbij slechts drie weken waardoor je telkens weer opnieuw moet beginnen.
Gelukkig zijn er technologische oplossingen. Enkele jaren geleden zag ik een idee van een Amerikaanse ingenieur voor een ‘Bee Counter’. Hij ontwierp een reeks ‘tunneltjes’ waar de bijen door moesten kruipen. Elk tunneltje was net breed genoeg voor één bij en was uitgerust met twee infrarood sensoren in het plafond. Telkens een bij passeert, detecteren de sensoren dat en geven ook aan of de bij de kast verlaat of binnengaat. Heel dit systeem wordt voor de ingang van de kast geplaatst.
Het interessante aan dit systeem is dat het continue werkt, alle bijen telt, in alle weersomstandigheden en zonder enige menselijke tussenkomst. Metingen worden rechtstreeks in de Cloud opgeslagen. Maar wat als je dit nu eens zou combineren met een weging van elke passerende bij? Traditioneel worden steeds de volledige kasten gewogen maar dan weet je niet altijd welk aandeel het voedsel heeft in het totaalgewicht.
Dit proberen we op te lossen in een gloednieuw crowdfunded onderzoeksproject:  we vragen ons af hoe veel bijen de kast verlaten en hoeveel ze wegen bij het uitvliegen en binnenkomen. Je kan er vanuit gaan dat een aankomende haalbij zwaarder ‘geladen’ zal zijn dan een vertrekkende. Het verschil in gewicht kan je dan toewijzen aan opgehaalde nectar en/of stuifmeel. Al moeten we voorzichtig zijn: niet alle bijen die terugkomen hebben eten gevonden, sommige bijen zijn enkel verkenners of halen water of propolis. Bij de verwerking van de meetgegevens houden we hier rekening mee.

Red de bijen

en draag bij aan dit crowdfunded onderzoek!

De tweede vraag die we ons stellen, is: “Waar gebruiken ze het verzamelde eten nu voor?”. Welk deel gaat naar het broed (de larven), wat eten de volwassen bijen zelf op en wat wordt gebruikt als wintervoorraad? Om hier een idee van te krijgen, kunnen we de kast voorzien van sensoren voor temperatuur, zuurstof en CO2. Op die manier wordt getracht een beeld te vormen hoe groot het broed is, hoeveel energie er wordt verbruikt en wat het aandeel volwassen bijen is. Alle metingen zouden minstens twee bijenseizoenen moeten plaatsvinden. Als het systeem op punt staat zou men op lange termijn een uitspraak kunnen doen over de effecten van bijvoorbeeld klimaatverandering op kolonie-ontwikkeling maar ook de invloed van pesticiden kan dan in kaart gebracht worden. Wil jij ook jouw steentje bijdragen? Op deze pagina vindt je meer info en kan je het project steunen. Geen kredietkaart maar toch interesse? Klik hier om contact op te nemen met de projectleider voor een gewone overschrijving.