jouw wetenschapsgids in de hoofdstad

jouw wetenschapsgids in de hoofdstad

Hoe kunnen wij samen, burgers, politici en bedrijven, de klimaatdoelstellingen halen?

VUB-professoren Willy Baeyens en Hubert Rahier werkten het voorbije jaar aan een krachtige en concrete blogreeks over groene energie. Hun kernboodschap? Technisch kunnen we de klimaatdoelstellingen in 2050 halen, mét het juiste klimaatplan. Hun missie? U, de burger, de nuances van zo’n klimaatplan helder voorstellen.
Hier brengen ze de kers op de taart: 6 onmisbare pijlers én een boodschap aan bedrijven, burgers en politici.

__________________________________________________________________

corona zorgde voor een sterkere afname van de uitstoot dan jaren onderhandelingen, nochtans zouden we hetzelfde effect kunnen bereiken met groene energie

__________________________________________________________________

Iedereen weet ondertussen dat we af moeten van fossiele energie en dat we die moeten vervangen door hernieuwbare of groene energie. Niet enkel omdat fossiele energie eindig is, maar vooral voor de vervuiling, en in het bijzonder de klimaatopwarming die ermee gepaard gaat. Dit weten we al ongeveer een halve eeuw en toch blijft de CO2-uitstoot elk jaar nog stijgen. Begin 2020 gebeurt er echter iets onverwachts. Het nieuwe coronavirus, ontastbaar en piepklein, zorgt voor een sterkere afname van de uitstoot dan jaren onderhandelingen en acties voor het klimaat ooit bereikt hebben. Spijtig genoeg is dit gelinkt aan het stilvallen van de economie, van de industrie en van het verkeer. Nochtans zouden we hetzelfde effect kunnen bereiken maar dan met groene energie, zonder dat de economie hoeft stil te vallen of dat we ons niet meer zouden verplaatsen.

6 pijlers zijn essentieel voor een duurzaam klimaatbeleid

6 pijlers duurzaam klimaatbeleid
1 pijler - duurzaam klimaatbeleid

Maar er is een groot probleem! De zon schijnt niet altijd als we veel energie nodig hebben, of omgekeerd blaast de wind net zeer hard als we weinig energie nodig hebben. We moeten het teveel aan energie dus kunnen opslaan (lees alles over opslag in deel 4), en tegelijk zullen we elektriciteit of een andere vorm van groene energie wereldwijd moeten transporteren. Dat kan allemaal, maar om zover te komen moet er wel actie ondernomen worden.

2 pijler - duurzaam klimaatbeleid
3 pijler - duurzaam klimaatbeleid

Het beperken van de energieconsumptie heeft ten allen tijde een gunstig effect op het klimaat. Huizen voldoende isoleren is daarvan één van de meest efficiënte maatregelen.

4 pijler - duurzaam klimaatbeleid

Privé- en vrachtvervoer verbruiken vandaag grote hoeveelheden fossiele brandstoffen. Eens er voldoende betaalbare groene energie beschikbaar zal zijn, kan men voertuigen die vervuilende brandstoffen gebruiken, verbieden. Uiteraard zijn er complementaire maatregelen nodig die het mogelijk maken dat die groene energie even eenvoudig als nu kan getankt worden.

5 pijler - duurzaam klimaatbeleid

Ten slotte hebben we voor de realisatie van de energie-omslag naar groene energie, zowel voor productie als verbruik, de hulp van de wetenschap nodig. Zij zijn de drijvende kracht in dat hele energieomslag-verhaal.

6 pijler - duurzaam klimaatbeleid

Wat moeten bedrijven, burgers en de overheid doen?

Het realiseren van de klimaatneutraliteit in 2050 is een participatief proces. Alle actoren moeten daarom hun bijdragen leveren.

Wat doen de energieproducenten?

power-poles by Michael Schwarzenberger from Pixabay

Eigenlijk is het een beetje gek dat de bevolking op straat moet komen om de klimaatproblematiek aan te kaarten. De energiemarkt werd geprivatiseerd, maar het lijkt alsof enkel de rechten geprivatiseerd werden en niet de plichten: de energieproducenten hebben de plicht om zo snel mogelijk over te schakelen naar groene energie én om ons van voldoende energie te voorzien. Ondanks het feit dat de energierekening in België hoger ligt dan in de buurlanden dreigt er soms stroomtekort (black out). Het is dus duidelijk dat de energieproducenten hun plicht niet zo nauw nemen!

Zij moeten de eersten zijn om grote oppervlakten zonnepanelen te installeren en windmolenparken op zee te bouwen. De overheid moet daarbij helpen om de nodige vergunningen snel te verlenen.

Internationaal transport van energie zal noodzakelijk blijven. Intercontinentaal elektriciteitstransport zou enorm moeten toenemen, maar ook groene brandstof kan elders geproduceerd worden en daarna getransporteerd worden. Dit zorgt ervoor dat we minder moeten investeren in productie hier.

Wat doen de bedrijven en de burger?

by fancycrave1 from Pixabay

Bedrijven en burgers zullen moeten kiezen voor groene energie. Bedrijven zijn overigens de grootste energieverbruikers en hebben de meeste impact op het slagen van een groen energieplan. Daarbij gaat het over het netto verbruik (inbegrepen de eigen productie van groene energie en de recuperatie van energie binnen het bedrijf) alsook over de producten waarbij hun levenscyclus zoveel mogelijk energieneutraal moet zijn. Grote bedrijven hebben reeds een veiligheids- en milieuverantwoordelijke: een bijkomende taak voor hen, of voor een nieuwe jobsfunctie, is om een plan op te stellen en uit te voeren dat het bedrijf, in duidelijke stappen, zo snel mogelijk en ten laatste vóór 2050 in staat stelt om energieneutraal te zijn. 

Kiezen voor groene energie betekent voor de burger onder andere dat hij overschakelt naar een elektrische wagen of afstand doet van de auto zodra er een deugdelijk en betaalbaar openbaar transportnet voorhanden is. Voor kleinere afstanden is de (elektrische) fiets een waardevol alternatief. Als stimulans kan men misschien de stadskernen nog alleen toegankelijk maken voor voertuigen die op groene energie rijden.

De burger en het bedrijf zal ook gevraagd worden om aan zijn elektriciteitsnoden te voldoen door zelf hernieuwbare energie te produceren (zonnepanelen, zonneboilers, geothermie …) of te participeren in hernieuwbare energieproductie-projecten.
Kortetermijnfluctuaties in energieproductie en verbruik (dag/nacht) kunnen ze zelf deels opvangen door gebruik te maken van bijvoorbeeld een batterij, die eventueel ook de batterij van de elektrische auto kan zijn. (Lees meer over de opvang van kortetermijnfluctuaties in deel 4).

Wat doet de overheid?

Intussen heeft Nederland al een ambitieus energietransitieplan uitgewerkt. Tegen 2030 zullen ze o.a. 70 % van de elektriciteitsproductie via zon en wind realiseren. Misschien kunnen onze regeringen daar eens gaan kijken? Bovendien moet het transitieplan een veel langere periode dekken dan 1 legislatuur zodat de klok niet telkens teruggedraaid moet worden. Nu wordt er nog te veel gewerkt op basis van “een nieuwe regering is een nieuw plan”.

In de eerste plaats zouden politici ervoor moeten zorgen dat elke elektriciteitsmaatschappij een met de tijd toenemend percentage groene energie produceert (15 TWh/jaar gedurende 20 jaar). Er moeten gezamenlijke initiatieven van de overheid en de energieproducenten komen om grote oppervlakten met zonnepanelen of windmolenparken vol te bouwen. De bouw daarvan wordt dikwijls afgeremd door het gebrek aan de nodige vergunningen. Daarvoor moet de overheid een regelgeving uitwerken die snel en zonder tegenspraak zulke vergunningen kan afleveren.

De overheid moet ook zorgen dat je makkelijk je dak ter beschikking kan stellen aan anderen voor energieproductie, met voordelige regelingen voor het delen van de buitenoppervlakte van appartementsgebouwen.

De regering moet zowel de particulier als de bedrijven blijven aansporen om te investeren in groene energie. De waterstofeconomie en alle afgeleide vormen moeten ondersteund worden. Men moet de rekening van dit alles echter niet enkel rechtstreeks door de consument laten betalen. Particulieren die investeren moeten integendeel beloond worden.
Een deugdelijk openbaar vervoersnet ontwikkelen is meer dan hoognodig. Op die manier zal het mobiliteitsprobleem beter kunnen aangepakt worden en het heeft uiteraard een gunstige impact op een reductie van de huidige CO2-uitstoot.
De kerncentrales moeten sluiten, want nucleaire reactoren kunnen niet snel op- of afgezet worden. Ze zijn dus niet compatibel met hernieuwbare energie, waarvan de productie varieert naargelang het dag-en-nachtritme en de seizoenen. Zolang de kerncentrales operationeel zijn moeten de overschotten, vooral in de zomerperiode, gebruikt worden om chemische energieproducten zoals waterstof, methaan of methanol te produceren.

Daarnaast moeten de politici het probleem van de terugdraaiende teller correct oplossen. Maar hoeveel wil men de burger daarvoor laten betalen? De zonnepaneel-installatie, de opslag, het prosumententarief, extra kosten voor de elektriciteit die je toch nog van het net afneemt, … Op die manier zal de burger niet enkel opdraaien voor de transitie naar duurzame elektriciteit, maar ook de energieproducenten blijven onderhouden die met de terugdraaiende teller zo goed als op droog zaad worden gezet. De kost van de overgang naar duurzame elektriciteit moet op een eerlijke manier worden verdeeld tussen overheid, producenten, bedrijven en burger.

Epiloog

In onze reeks België klimaatneutraal: een energieplan maakten we duidelijk hoe België, technisch gezien, klimaatneutraal kan worden in 2050. Er werd geen tijdslijn vermeld, noch wat er prioritair hoefde te gebeuren. Daarom wilden we in deze nabeschouwing nogmaals de kern van het hele verhaal onderstrepen: België heeft nood aan 289 TWh/jaar aan hernieuwbare energie, terwijl de huidige productie slechts 16.4 TWh/jaar is. Dit is een kolossale uitdaging maar noodzakelijk, en bovendien zo snel als mogelijk te realiseren. Door jaarlijks grosso modo 15 TWh bijkomend te produceren bereiken we, bij onveranderd verbruik, ons productiedoel in 2040.

__________________________________________________________________

” Een koolstofarme economie? Wij denken van niet, maar dan wel zonder fossiele brandstoffen!

__________________________________________________________________

We zijn ervan overtuigd dat België met de juiste inspanningen alle nodige energie kan produceren op een groene manier. Een koolstofarme economie? Wij denken van niet, maar dan wel zonder fossiele brandstoffen!

België klimaatneutraal: een energieplan

Foto bovenaan: © Shutterstock
INFOGRAPHICS:
© wtnschp met visme.co
Foto’s in artikel:
© Pixabay
 

Over de auteurs

Willy Baeyens

Willy Baeyens

Willy Baeyens heeft zijn hele loopbaan gewijd aan milieu-onderzoek in de brede zin van het woord. Zijn onderzoek begon met de deelname aan het ‘Project Noordzee’ van 1970 tot 1975, een interdisciplinair marien project waarin hij het gedrag van nutriënten en polluenten en de relatie tussen voedingstoffen en planktongroei bestudeerde. Na een verblijf van enkele jaren bij het Mathematisch Model van de Noordzee waar hij wiskundige modellen van het marien ecosysteem ontwikkelde, keerde hij terug naar de VUB. In 1992 onderhandelde hij mee de teksten voor Duurzame Ontwikkeling in Rio. Om de stockering van nucleair afval in goede banen te leiden werd hij benoemd als ondervoorzitter van NIRAS. De laatste jaren bestudeert hij de mogelijkheden om CO2 te stockeren in de oceaan na opname door fytoplankton.

Hubert Rahier

Hubert Rahier

Hubert Rahier was al van kinds af aan een milieuactivist. Hij behaalde een Master in ingenieurswetenschappen, richting scheikunde met de bedoeling om scheikundige processen uit industrie te begrijpen en te verbeteren zodat ons leefmilieu minder vervuild zou worden. Hij doctoreerde op ‘niet traditionele cementen (geopolymeren)’ in 1995. Pas na zijn doctoraat kreeg dit onderwerp internationale belangstelling, vooral omdat het toelaat een cement te produceren die zeker 80% minder CO2 uitstoot en gebaseerd is op afvalstoffen zoals vliegassen. Naast cementen bestudeert hij ook zelf helende materialen en nanovezels, telkens met de bedoeling om betere materialen te maken met minder grondstoffen en minder milieulast.